Praktische Zaken als je op pad gaat

“Hoeveel loop je nou op een dag?” Als we vrienden of kennissen vertellen over onze wandelmanie, is dat de meest gestelde vraag. En daar is natuurlijk geen eenduidig antwoord op. Het hangt helemaal af van de overnachtingsmogelijkheden en soms het openbaar vervoer onderweg en vooral ook van de hoogteverschillen. Een goeie planning is dan ook essentieel. De maximale afstand die we ooit gelopen hebben in heuvelachtig gebied was 36 kilometer. Maar dat was bepaald geen pretje en het is al vele jaren geleden! Dat gaat ons nu niet meer lukken. Een mooie dagafstand is rond de twintig kilometer met een maximum van 26. Dan heb je ook nog tijd om onderweg van de omgeving te genieten. In de bergen meet je overigens niet per kilometer. De trajecten worden daar in uren en minuten aangeduid.

“Wat neem je allemaal mee”. Zo weinig mogelijk, dat spreekt voor zich.

Vroeger sjouwden we heel wat meer met ons mee!

In de loop van de jaren hebben we onze uitrusting steeds verder uitgekleed. Hoewel, er zijn ook wel wat onmisbare dingen bijgekomen: de mobieltjes, de tablet, diverse oplaadapparaten en niet te vergeten: de leesbrillen.

Onze standaarduitrusting is ongeveer als volgt:

  • toilettasje met tandenborstels, minitube tandpasta, mini deoroller, scheerspullen, washand; zeep en shampoo nemen we tegenwoordig zelden meer mee, dat is altijd wel voorhanden in de hotels;
  • etuitje met pleisters, blarenpleisters, schaartje, mini-naaisetje, veiligheidsspelden, verbandgaas, leukoplast en een paar paracetamolletjes;
  • plastic tasje met een paar stuks schoon ondergoed en 1 paar sokken p.p. voor ’s avonds;
  • plastic tasje met T-shirt voor ’s nachts en shirt voor ’s avond, één p.p., soms een extra lange broek voor ’s avonds;
  • lichtgewicht gymschoenen (Wim) en balletschoentjes (Wilma) voor ’s avonds;
  • lichtgewicht parapluutjes, regencapes en soms regenbroeken;
  • regenjassen, truien;
  • afhankelijk van het seizoen: zonnebrillen, petjes, aftersun en zonnebrandcrème in miniflesjes of mutsen, handschoenen, sjaals;
  • leesbrillen, leesboekje(s), liefst licht en met veel kleine letters;
  • kopieën van relevante pagina’s uit wandelgids (in plastic hoesje);
  • niet persé nodig, maar handig om te weten waar je ongeveer bent: wegenkaart van de regio, op ADAC Freizeitkarten 1:100.000 en Falk Reise Atlas 1:200.000 zijn wandelroutes ingetekend;
  • verrekijker, kompas, fototoestel, mobieltjes, tablet en bijbehorende opladers

Van de wandelkleren voor overdag nemen we geen extra setjes meer mee. Gewoon elke dag in een sopje (shampoo of vloeibare zeep van het hotel). ’s Zomers voor het open raam hangen, ’s winters over de verwarming, het is vrijwel altijd de volgende dag weer droog.

Al met al heb je dan toch wel aardig wat kilootjes op je rug. Wim een beetje meer dan ik. En daar komt dan nog drank en proviand bij. We rekenen nooit op horeca en meestal niet op winkels onderweg. Te vaak hebben we al tevergeefs naar een in het boekje vermelde Gaststätte gezocht, of voor een bordje “Ruhetag” gestaan. Maar het valt natuurlijk ook heel vaak mee. Dan hebben we weer de hele dag voor niks met 3 blikjes sinas en 1,5 liter water lopen sjouwen. Maar toch, liever mee verlegen dan om verlegen …

Ga naar de E1      Ga naar de GR5